Veelgestelde vragen

Hier vind je een overzicht van onze meest gestelde vragen. Staat je vraag er niet tussen? Neem dan contact met ons op.

Voor ondersteuners

Als je als schooltuinondersteuners geen lesbevoegdheid hebt, mag jij nooit de eindverantwoordelijkheid krijgen over de kinderen. Je geeft dan altijd onder toezicht van de leerkracht les. Heb je wel een lesbevoegdheid dan stem je af met school wie verantwoordelijk is en waarvoor. Maak goede afspraken wie welke taken heeft als je met een groter team van vrijwilligers werkt. Bedenk ook wat je van hulpouders verwacht en geef daar duidelijke instructies over.

Hoe vaak je beschikbaar moet zijn hangt af van de vraag van de school en de grootte van de schooltuin. Ook het aantal kinderen dat begeleid moet worden en het aantal beroepskrachten en vrijwilligers dat deel uit maakt van de schooltuinwerkgroep bepaalt jouw gewenste beschikbaarheid.
Reken op een aanwezigheid van minimaal een keer in de week tussen maart en september. Maak goede afspraken over verwachtingen van aanwezigheid en zorg voor de tuin als de kinderen schoolvakantie hebben.

Velt en IVN hebben de opleiding Moestuincoach ontwikkeld. In deze cursus leer je veel over de organisatie van een schooltuin, de teelttechnische kant/het maken van een teeltplan, het maken van lessen en het verwerken van de oogst uit de schooltuin. Na deze opleiding kun je zelfstandig een schoolmoestuin opzetten en begeleiden.

Bij de grotere schoolmoestuincomplexen die vanuit de gemeente gesubsidieerd worden zijn ook wel eens vacatures. Een groenopleiding en soms ook een didactische achtergrond kunnen dan een vereiste zijn.

De minimale tijd dat je je aan een school of schooltuin verbindt is meestal minstens één tuinseizoen vanaf het zaaien tot het oogsten. Dit wordt vervolgens per tuinjaar verlengd.

Bij een schooltuin kunnen ongelukken gebeuren. Je bent buiten aan het werk, soms ook met gereedschappen. Zorg dat er een EHBO-kist in de buurt is. Denk ook na over schoon water om eventuele wonden schoon te maken.

Scholen met een schoolmoestuin hebben vaak veel behoefte aan extra vrijwilligers. Informeer eens bij een school bij jou in de buurt of ze hulp nodig hebben. 

Schrijf een mail aan de directeur en vertel over je motivatie om te komen helpen in de schooltuin. Heb je al ervaring dan heb je grote kans dat ze staan te springen om jouw hulp. Ben je minder ervaren dan kun je vragen of je een soort stage mag komen lopen of dat er ondersteunende werkzaamheden zijn.

Voor scholen en leerkrachten

Het begint met enthousiasme over de meerwaarde van een schooltuin binnen het basisonderwijs. En het besef dat schooltuinieren iedere week tijd kost tussen maart en september, dus ingepast moet worden in het lesrooster.

Als je als leerkracht het schooltuinieren zelf wil gaan opzetten dan is moestuinkennis van belang. Heb je die niet ga dan op zoek naar iemand met expertise onder de ouders of in de buurt.

Schooltuinieren is mogelijk op alle locaties zonder vervuiling in de grond, met goede vruchtbare grond, genoeg zon-uren en een watervoorziening. Het hoeft niet op een schooltuincomplex te zijn maar het kan ook op het schoolterrein of op een semi-openbare externe locatie (buurtmoestuin, volkstuin, kinderboerderij, zorginstelling, groenopleiding) in de buurt van de school. Bespreek met de grondeigenaar de wensen van de school. Wat toezicht op de tuin is wel aan te bevelen vanwege  vandalisme.

De kosten van aanleg hangen af van de manier van schooltuinieren die de school kiest.

De drie belangrijke kostenposten zijn: grond en compost, tuingereedschap, zaden, plant- en pootgoed. 

Voor grond, compost, hout, gereedschap en zaden kan sponsoring in natura worden gezocht bij de gemeente of lokale groenondernemers.

Een schooltuin kan onderdeel zijn van een grotere vergroeningstraject van het schoolplein. In diverse provincies bestaan subsidies voor het groener en klimaat-adaptief maken van schoolpleinen.

Het programma Jong Leren Eten biedt twee keer per jaar de mogelijkheid om een voucher aan te vragen bij de subsidiepot ‘Weer lekker naar buiten’. Bij voorbeeld voor het aanschaffen van gereedschap.

Dit is afhankelijk van het soort onderwijssysteem dat de school volgt. De schooltuin kan als context gebruikt worden voor veel vakken. Probeer zoveel mogelijk aan te sluiten bij de kerndoelen binnen het thema Oriëntatie op jezelf en de wereld. Schooltuinieren kan een goede invulling zijn van het vak natuur en techniek. De tuin is een context voor 21e- eeuwse vaardigheden zoals onderzoekend leren. Schooltuinieren kan ook als creatief keuzevak aangeboden worden.

Iedere klas kan in de schooltuin werken. Meestal wordt er gekozen voor groep 6. Dat komt omdat op deze leeftijd de kinderen de goede motorische vaardigheden hebben om onder begeleiding zelfstandig in de schooltuin te werken. Bovendien sluit het heel goed aan bij de leerdoelen van natuuronderwijs in groep 6. Op deze leeftijd staan kinderen nog open voor belevenissen in de tuin, zijn ze geïnteresseerd in kennis over groenten en fruit en bereiden graag zelf hun voedsel.

Overige vragen

Bekijk eerst wat de school met een schooltuin wil bereiken. Welke doelen en doelgroepen heeft de school voor ogen en ook hoe willen en kunnen ze dat realiseren. Een handig hulpmiddel daarbij is de beslisboom: Een schooltuin: van idee tot realisatie.

De film ‘De schooltuin’ geeft een mooi beeld van een jaarrond tuinieren in een schooltuin. Het is een inspiratiebron voor scholen om te gaan schooltuinieren. 

Met de keuzes en randvoorwaarden die gesteld zijn door de school geeft het stappenplan weer welke fasen je moet doorlopen voor een succesvolle schooltuin op maat.

Schooltuinieren is mogelijk op alle locaties zonder vervuiling in de grond, met goede vruchtbare grond, genoeg zon-uren en een watervoorziening. Het hoeft niet op een schooltuincomplex te zijn maar het kan ook op het schoolterrein of op een semi-openbare externe locatie (buurtmoestuin, volkstuin, kinderboerderij, zorginstelling, groenopleiding) in de buurt van de school. Bespreek met de grondeigenaar de wensen van de school. Wat toezicht op de tuin is wel aan te bevelen vanwege  vandalisme.

Tegenwoordig kun je alles digitaal leren. Met filmpjes kunnen kinderen zien hoe hun groente groeien. Een schooltuin biedt de mogelijkheid aan kinderen om met al hun zintuigen het kiemen en groeien van gewassen te beleven. Zij leren meer dan alleen kennis over hoe groenten groeien. Kinderen ervaren dat door hun zorg planten groeien.. Zij kunnen de groenten voelen, ruiken en uiteindelijk proeven. Ze zijn buiten in beweging en worden motorische vaardiger. Ze leren de processen van de natuur, kringlopen en hoe daarin alles met elkaar samenhangt. Naast het werken en beleven kan de schooltuin ook ingezet worden als buitenlokaal voor alle zaakvakken. 

De schooltuin kan als context gebruikt worden voor veel vakken. Probeer zoveel mogelijk aan te sluiten bij de kerndoelen binnen het thema Oriëntatie op jezelf en de wereld. Schooltuinieren kan een goede invulling zijn van het vak natuur en techniek. De tuin is een context voor 21e- eeuwse vaardigheden zoals onderzoekend leren. Schooltuinieren kan ook als creatief keuzevak aangeboden worden.

Wil je als zzp’er aan de slag als schooltuinbegeleider? Overleg dan zelf met de school voor een vergoeding. Vanuit Jong Leren Eten is er elk jaar de subsidie ‘Lekker naar Buiten’ beschikbaar. Twee keer per jaar gaat deze subsidiepot open, in september en in maart. Vanuit deze subsidie kunnen scholen moestuinondersteuners en gastlessen over moestuinieren financieren. Sommige scholen nemen een vakleerkracht natuur aan, waar het moestuinieren onder kan vallen, of nemen een conciërge aan met groene vingers (schoolmoestuinbegeleider). Soms betalen de gemeenten het schoolmoestuinieren en zijn schooltuinbegeleiders als ambtenaar in dienst van de gemeente of een schooltuinstichting. Op veel plekken is het begeleiden van schoolmoestuinieren een vrijwilligersfunctie, soms vergoed met een vrijwilligersbijdrage.

Een draaiboek met teeltplan en gereedschap. De hoeveelheid gereedschap hangt af de grootte van de schooltuin, het aantal kinderen dat er werkt en op welke wijze ze dat daar doen. Heeft ieder kind zijn eigen tuintje en wil je volgens een strakke tijdsplanning allemaal op hetzelfde moment een activiteit uitvoeren dan heeft ieder kind zijn eigen gereedschapsset (een harkje en een schepje) nodig. Je kunt ook een oproep doen onder ouders of zij nog geschikt tuingereedschap hebben of op zoek gaan naar sponsoren, bijvoorbeeld het lokale tuincentrum. 

Leerkrachten die op school lesgeven moeten een  VOG hebben. Als je werkt met kwetsbare groepen, zoals kinderen, heb je meestal een VOG nodig. De opdrachtgever, bijvoorbeeld de school, vraagt dan een VOG voor je aan. De kosten komen meestal voor rekening van de opdrachtgever. Het kan zijn dat de opdrachtgever hier andere afspraken over maakt met jou.

Je hoeft  geen speciale verzekering af te sluiten. De school heeft meestal een verzekering, ook voor activiteiten die buiten het schoolgebouw plaatsvinden. Kinderen, personeelsleden en vrijwilligers vallen onder deze verzekering. Heb je hier vragen over, bespreek dit dan met de school.

Blijf op de hoogte!

Wil je onze digitale nieuwbrief ontvangen? Meld je dan hier aan.