“Mijn grote wens is dat schooltuinieren een vanzelfsprekend onderdeel van onderwijs en opvoeding is”

Zeeland is een van de koplopers op het gebied van schooltuinieren. Toch is er nog genoeg werk aan de winkel volgens schooltuinaanjager Debby Boers. “Wat je nog te vaak ziet is dat het schooltuinieren als een losstaand project wordt ingezet, terwijl het zich juist leent om te integreren in de rest van het onderwijs.” 

 

Zeeland telt ongeveer 200 basisscholen. Inmiddels zijn 73 schoolpleinen vergroend, vaak met eetbaar groen zoals een schoolmoestuin of een mini-voedselbos. Dit jaar komen daar nog acht schoolpleinen bij. Het enthousiasme onder scholen is groot en het netwerk van moestuincoaches groeit.

Debbie: “Het succes is wel nog te afhankelijk van één enthousiaste leerkracht, ouder of vrijwilliger. Na de aanleg, komt altijd dezelfde vraag: wie onderhoudt de tuin, wie geeft de lessen en wie betaalt dat?”

Verbinden, agenderen en lobbyen

Als schooltuinaanjager, Jong Leren Eten makelaar én senior projectleider Opgroeien & Ontwikkelen bij IVN Zeeland maakt Debby zich hard om het stempel ‘leuk extraatje’ van het schooltuinieren af te halen. “Het kan zoveel meer zijn dan dat als je het koppelt aan lessen biologie, burgerschap, rekenen, taal en bewegen. Door zelf te zaaien, te verzorgen en te oogsten leren kinderen bovendien ook samenwerken, geduld hebben en verantwoordelijkheid nemen. Op deze manier wordt het een vast onderdeel van onderwijs en opvoeding.”
Om dit voor elkaar te boksen richt Debby zich op verbinden, agenderen en lobbyen. Ik probeer scholen, gemeenten, provincie en netwerkpartners zoals NME-centra, GGD/JOGG en Jong Leren Eten bij elkaar te brengen, zodat schooltuinen niet afhankelijk blijven van losse projecten of toevallige subsidies.”

Er zijn al een paar mooie voorbeelden waar een schooltuin wordt gedragen door de school, de buurt en netwerkpartners. Onder andere bij Cityseeds in Middelburg, Speelhof Hoogerzael in Middelburg en Verbindingstuin de Twijn in Terneuzen kunnen schoolkinderen onder begeleiding komen moestuinieren.

“Accepteer dat je niet alles kunt doen en sluit aan bij bestaande momenten, zoals verkiezingsdebatten en netwerkbijeenkomsten”

Aansluiten bij bestaande momenten

Op dit moment richt Debby vooral op de gemeentelijke lobby. Ik probeer het schooltuinieren de verkiezingsdebatten in te krijgen. Richting de verkiezingen staan partijen meer open voor concrete, positieve onderwerpen. Schooltuinieren is daarvoor heel geschikt, omdat het raakt aan belangrijke thema’s als gezondheid, jeugd, leefomgeving en klimaat. Ik kies er bewust voor om geen uitgebreide pamfletten per gemeente te maken. Dat zou inhoudelijk mooi zijn, maar het kost te veel tijd en die heb ik niet. In mijn rol moet ik keuzes maken. Daarom zet ik nu vooral in op het juiste moment en de juiste plek: het gesprek voeren waar het toch al plaatsvindt.
Dat is ook de tip die ik andere schooltuinaanjagers wil meegeven: accepteer dat je niet alles kunt doen en sluit aan bij bestaande momenten, zoals verkiezingsdebatten en netwerkbijeenkomsten. Je kunt ook impact hebben als iets slechts op de agenda komt, als het zaadje is geplant.”

Financiering is de basis

Behalve lobbyen bij de lokale politiek zet Debby de Week van de Schooltuin in om schooltuinieren op de agenda te zetten. Er komt een feestelijke opening van de week op een school waarbij er ook pers is uitgenodigd. “Verder wil Debby zich volgend jaar meer richten op de provinciale lobby, want ook daar is nog een wereld te winnen. “Wat je wil is een structurele financiering, waardoor scholen het budget hebben om een moestuincoach in te schakelen. Die basis moet aanwezig zijn. Daaromheen kun je dan een schil van enthousiaste leerkrachten, ouders en vrijwilligers bouwen.”
De grootste wens van Debby is dat elk kind opgroeit met een schooltuin. “Niet als project, maar als vanzelfsprekend onderdeel van onderwijs en opvoeding, ondersteund door gemeenten en verankerd in beleid.”